Ik liet begaan en bleef er stoïcijns bij. Boten hebben nooit tot mijn leefwereld behoord en de golven, de baren wisten mij enkel te verleiden in literatuur. Maar plots is die boot er dan, de droom van mijn jongens stond plots voor mijn neus samen met een rondbuikige plaatselijke visser die onze boot zou koesteren als was het zijn bloedeigen kind.

Feiten zijn feiten en we halen geld van de rekening. Al is het met twijfel, al is het met het gevoel, ‘moet dit echt’. Maar de jongens zijn vrolijk en daar doe je het voor. Niemand van ons een vaarbrevet dus de rondbuikige is onze steun en toeverlaat. Ik herinner mij zo goed de eerste boottocht. Stilte viel om me heen, rust nestelde zich diep in mij. Dit evenwicht had ik nooit ervaren. En plots kwamen de beelden terug tot mij. Josiane die bij over gestresseerde momenten de auto in sprong en naar Knokke reed om een wandeling te gaan maken langs het strand. Het geruis, het kabbelen, het rusteloos heen en weer deinen, het doet wat met mij. Ik verkocht dus aan de boot. Dit is sec genieten. Maar er is een maar. De dikbuikige genoot ook van de noot en kwam zijn afspraken niet na. In Sarimsakli vonden we een andere kapitein die ons zou rondvaren waarvoor hij als tegenprestatie de boot buiten het seizoen voor eigen plezier mocht gebruiken. En uiteraard beschouwde ook hij onze boot als zijn eigen kind dat vanwege prematuriteit extra in de gaten gehouden moest worden. De man kweet zich perfect van zijn taak tijdens onze aanwezigheid. Tijdens onze afwezigheid hield hij zich ook intensief met de boot bezig. Hij vees er alles af wat er af te vijzen viel en bouwde de boot om tot een bordeel ter vermaak van de plaatselijke militairen.

De volgende zomer troffen we volledig geruïneerde boot aan en zochten we vergeefs naar de kapitein. De man was met de noorderzon verdwenen, wist zijn vrouw ons te vertellen. Zij vond het duidelijk niet erg. Nadien kwamen de technische problemen. Teveel om op te noemen en teveel voor mij om te begrijpen. Het ding heeft twee jaar stil gelegen, geen enkel ronkend geluid nog uit te krijgen. Deze zomer draait hij opnieuw op volle toeren en glanst hij als nieuw. De man die er nu zorg voor draagt, heeft duidelijk kennis van zaken en weet welke zorgen een prematuur behoeft. Maar ik heb een boot die ik moet reserveren indien ik ervan wil genieten; het rijmt niet met elkander. Vandaag staat hij dus te koop. Deze boot was nooit onze boot omdat we moesten afhangen van andere mensen. Ik zal hem missen. Nergens voelde ik mij zo vrij als op die dobberende verzameling houten planken. Hij staat te koop. En ik denk aan de wijze woorden die een zeeman ooit tegen mij zei : ‘Van een boot heb je slechts tweemaal plezier. Je bent intens gelukkig de dag dat je hem koopt en het geluk is even intens op de dag dat je hem verkoopt.' I rest my case.

Ga naar

Verhalen voor onderweg

Meld je aan voor onze nieuwsbrief