Wandelen door Chefchaouen geeft je het gevoel in een sprookje beland te zijn. Een blauw sprookje weliswaar. De blauw-witte huizen lijken allemaal op elkaar, net als de smalle straatjes.  De inwoners glimlachen en knikken steeds beleefd in onze richting. ‘De inwoners van Chefchaouen staan bekend om hun goedheid en vrijgevigheid.’, licht mijn vader toe. Net zoals bij elke Marokkaanse stad zijn er bepaalde vooroordelen over de inwoners ervan. En mijn vader kent ze allemaal. Ik neem dit meestal met een korreltje zout, ik ben in Marokko al een aantal keer positief (maar ook negatief) verrast geweest.

Nadat ik enkele souvenirtjes gekocht heb, breng ik een bezoek aan Ras El Maa. Het water hier wordt ten volle benut. Sommigen staan er tapijten, kleding en dekens te wassen. Anderen staan aan te schuiven om een beker water te drinken of om hun flessen te vullen. En ik moet zeggen dat het echt wel het wachten waard is. Een glas van dit ijskoude water liet me helemaal vergeten dat het meer dan 30 graden is.

Wanneer we een uur later terugkeren naar de auto, haast een verkoper waar ik eerder souvenirtjes van gekocht had zich in mijn riching. ‘Je hebt mij daarnet teveel geld gegeven’, lacht hij en legt een muntstuk van vijf dirham in mijn hand. Vijf dirham, dat is ongeveer vijftig eurocent. Of 5 Marokkaanse broden. Ik kijk vol verbazing naar dit symbool van eerlijkheid en mijn vader met een brede glimlach. ‘Ik zei het je toch?’

 

Hanan is 22 jaar oud en studeert bijna af als communicatiewetenschapper. Deze zomer verblijft ze drie weken in Marokko, waar ze schrijft over de ervaring om als Marokkaanse Belg op vakantie te gaan naar het land waar haar ouders geboren zijn. Voor Gazet van Antwerpen houdt ze een reisblog bij. Haar vijfde tussenstop: Chefchaouen.

Ga naar

Verhalen voor onderweg

Meld je aan voor onze nieuwsbrief