Na al de jaren dat ik hier kom, ken ik de plaatselijke bevolking. Ik word dan ook hartelijk welkom geheten. Hos geldiniz, streep onder de s, hoor ik ontelbare keren. Hos (zelfde streep) bulduk is mijn antwoord keer op keer. Er wordt geïnformeerd naar gezondheid, man en kinderen. Er wordt gevraagd wanneer Gurkan komt. Ik moet hen teleurstellen. Dit jaar komt hij helemaal niet. Zijn restaurant sluiten in moeilijke tijden is geen optie. Jammer, daarover is iedereen het met mij eens.

Ik neem mijn intrek in een appartement boven Deniz Motel. Een eenvoudige bed en breakfast met een prachtige tuin als voornaamste aantrekkingskracht. En het is precies in die tuin, onder ‘mijn

’ vijgenboom dat ik plan het grootste deel van mijn vakantie door te brengen. Met boek, met schrift en pen en met de tijdschriften die in België ongelezen bleven.

In Sarimsakli valt niet echt veel te beleven buiten bruinbranden op het strand. En heel misschien heeft een avondwandeling langs het strand op de boulevard met zijn kraampjes en eetgelegenheden ook wel iets. Je slentert mee met de mensenstroom die kwettert, koopwaar keurt en verpoost op het muurtje dat het strand van de boulevard scheidt. De volgende morgen zijn er de straatvegers om de nonchalant weggegooide notenschillen bij elkaar te vegen. Ik hou van Sarimsakli omdat ik het ken. De bakal, lokale winkel in mijn straat die alles verkoopt met de glimlach, met de hoffelijkheid die iedere zelfstandige eer aandoet. Ook met een geheugen dat hartverwarmend is. Na bij het eerste bezoek uitgebreid geïnformeerd te hebben naar man, kinderen, gezondheid en de duur van de vakantie, komt met zekerheid de vraag : ‘Hoe gaat het met Omar?’ Omar is het eerste vriendje dat Esther mee naar Sarimsakli bracht. Hij heeft indruk gemaakt op deze badplaats. Een afrikaan hadden ze hier duidelijk nog niet vaak gezien. Na zijn eerste bezoek aan het strand kwam hij glunderend terug naar het appartement. De mensen hadden foto’s van hem gemaakt en hij voelde zich een filmster. Later werd het wranger. Het ongegeneerd staren naar hem, het aanraken van zijn huid en het bij wijlen spuwen naar hem werden hem vaak teveel. Rascisme is van alle tijden en plaatsen. We moeten waakzaam blijven.

Sarimsakli, daar had ik het over. Een boulevard met hotels, restaurants en winkels. Toerisme, Turks toerisme, de volle laag. Vooral mensen uit Istanbul vind je hier. Het is minder ver dan de badplaatsen aan de middellandse zee en het iets minder prijselijk. Sarimsakli is een verzameling van appartementsblokken die alleen tijdens de zomermaanden een bewoner vinden. In winter is het hier dead city. Plaats om, zoals één van mijn vrienden die hier woont het omschreef, gokverslaafde of drankverslaafde te worden. Buiten de Turkse toeristen loop je soms eens aan tegen een Duitse toerist of een jonge Europeaan met een rugzak vol idealen. Het is hier Turks, heel erg Turks. Geen naar Europese smaak aangepaste spijzen, zelden vertalingen op het menu. Zo heb ik het graag. Heel Turks voor mij, niet voor Gurkan. De plaatselijke bevolking bestaat voornamelijk uit Bosnaks die een streepje dragen onder de eerste s. Bosnaks zijn mensen die jaren geleden vluchtten uit Joegoslavië. Sommige Turken hebben het er niet mee, met die Bosnaks. Had ik al gezegd dat racisme van alle tijden en plaatsen is? In Turkije kregen deze vluchtelingen van de Turkse overheid land in deze streek om te bewerken. Dit verhaal klinkt mij bekend in de oren. Europeanen die grond kregen in Canada. Volgens mij is dit verhaal ergens te lezen in het Red Star Line museum. Die bosnaks hebben het land hier dus bewerkt. Deze streek is beroemd om zijn olijfolie. En dat is precies wat zij gedaan hebben; ze hebben olijfolie gemaakt, fantastische olijfolie. Een aantal van hen heeft er fortuinen mee verdient, dat ze nu investeren in de bouw van hotels.

’s Avonds gaan we eten in het Cinar hotel, een streepje onder de c, het hotel van onze vrienden. Semra, Vahide, Halide, Beraat, Berkant. Namen die je één voor één met een niet Turks klavier kunt ingeven, merk ik nu op, al vindt mijn pc dat hij dit niet moet aanvaarden. Ze worden rood onderstreept. Ik kan leven met dit meningsverschil. Bij deze vijf horen nog eens acht kinderen tussen de leeftijd van 24 jaar en 3 maanden. Maar ik kijk vooral uit naar het weerzien van Mayco, la mama van deze bende. Enkele jaren geleden was er nog vader die helaas totaal onverwacht overleed. De man die de olijfhandel opstartte door te voet de bergen in te trekken met een ton olijfolie op zijn rug. Wanneer hem gevraagd werd even te verpozen bij een glaasje cay was het antwoord steeds nee uit vrees nadien niet meer op te kunnen staan. Wat een figuur, wat een rijzige autoriteit! Stil maar uitdrukkelijk aanwezig. Je dacht er niet aan hem tegen te spreken. Ik mis zijn groene Mercedes die wel altijd ergens geparkeerd stond, onaf gesloten en met alle ramen wijd open. Op de dag van zijn begrafenis kwamen de mensen hun dorp uit, de berg af om deze reus, hij was indrukwekkend groot, de laatste eer te betuigen. Mayco en vader waren de eerste mensen die mij deden dromen van een pensioen in Turkije. Maar het moest een pensioen worden in de schommelstoel van waaruit ze goedkeurend toekeken naar wat hun kroost uitspookte. De schommelstoel staat er nog altijd. Maar zal hij er nog zijn op het ogenblik dat de Belgische of Vlaamse overheid mij eindelijk zal toestaan met pensioen te gaan? Ach lieve, lieve Mayco die blijft beweren dat ze vier dochters heeft en drie zonen. Gurkan en ik horen erbij voor haar. Mayco die steeds pretlichtjes in haar ogen heeft wanneer ze telkens opnieuw vertelt van die keer dat ze met Semra en Gurkan in de tuin zat en aan een bezoeker vertelde dat dit haar twee kinderen waren. De dame antwoordde hierop dat je duidelijk kon zien dat dit haar zoon was maar dat haar dochter helemaal niet op haar geleek. Vraag me niet dat mens niet graag te zien. Ik heb geen moeder meer maar Mayco is la mama! Vraag me niet om verder uit te wijden over haar vijf kinderen, dit zou een boek op zich vergen. Het zijn voor mij stuk voor stuk losgeslagen jartellen. En toeval wil dat ik van losgeslagen jartellen hou. Semra als opperjartelle. Vandaar dat ik mij het dichts verbonden voel met haar. Misschien ook wel vanwege haar grote passie voor film, literatuur en muziek. Toch snel een kleine anekdote om haar te typeren. Toen we vorig jaar betrokken geraakten in een verkeersongeluk waar de politie moest bijgehaald worden, en iedereen druk doende was met het afleggen van verklaringen en uiting te geven aan hun verontwaardiging, bestond Semra erin de politie te onderhouden met gedichten die ze met de nodige pathos voordroeg. “Voor iedere situatie heeft mijn moeder een gedicht bij de hand”, wist haar dochter mij te verzekeren. Het volstaat hier te verklaren dat ik deze familie koester, dat ik deze familie intens liefheb want zij zorgen er mede voor dat Turkije mijn thuisland is geworden. We kunnen geen woorden blijven verkwisten in tijden van crisis. Lezer, u zal zelf ook wat inspanning moeten doen voor het verkrijgen van het juiste beeld, de exacte sfeer waarin ik vertoef. Dat is wat de economische wereld van ons verwacht. Time is money. Het ware wellicht voor deze lieden beter dat ik mij bij het voorstellen van de Karabulutfamilie mij had beperkt tot een sms, fonetisch geschreven met als enige spielerei een smiley aan het eind. Wie maalt er de dag van vandaag nog om keurige taal? 

Ga naar

Verhalen voor onderweg

Meld je aan voor onze nieuwsbrief