Ik breng een bezoekje aan de legendarische leeuw en rijd daarna door naar het nabije Azrou, een idyllische natuurlijke omgeving, met visrijke meren en bossen om in te verdwalen.

Ifrane is een uitzonderlijke plaats. Het lijkt alsof iemand een stukje van een Europees land uitgeknipt heeft en besloot om het te droppen in het Afrikaanse continent. Alles is hier gewoon anders in vergelijking met de rest van Marokko. Het is hier kouder en groener. Het is de eerste keer dat ik in een Marokkaanse stad ben waar de straten niet met palmbomen, maar met dennenbomen versierd zijn. Maar ik ben geen boomexpert, dus het kunnen ook sparrenbomen geweest zijn.

Terwijl ik hier rondloop, realiseer ik mij wat nu echt het grote verschil is tussen Ifrane en de rest van Marokko. Hier zijn de toeristen niet de Europeanen, maar de Marokkanen zelf. Dagjestoeristen en mensen die zich na een week werken een weekendje komen ontspannen. Op straat krioelt het van de jongens die met de sleutels in hun hand heen en weer zwaaien naar de voorbijrijdende auto’s. Allemaal bieden ze bungalows en appartementen aan, die te huur zijn voor een dag of twee. Kinderen marcheren in groep en lopen samen met hun kampbegeleiders liedjes te zingen.

In het midden van de stad staan Marokkanen elkaar te duwen om een foto te trekken met het legendarische standbeeld van een leeuw. Het is een grappig aanzicht, dat niet ik, maar zij hier de toerist uithangen. Maar ik vind het goed dat Marokkanen die de kans niet krijgen om grenzen over te steken, hier toch even weg kunnen dromen.

 

Hanan is 22 jaar oud en studeert bijna af als communicatiewetenschapper. Deze zomer verblijft ze drie weken in Marokko, waar ze schrijft over de ervaring om als Marokkaanse Belg op vakantie te gaan naar het land waar haar ouders geboren zijn. Voor Gazet van Antwerpen houdt ze een reisblog bij. Haar vierde tussenstop: Ifrane.

Ga naar

Verhalen voor onderweg

Meld je aan voor onze nieuwsbrief