We schrijven dag drie van de ramadan, ik heb zonet duizend kilometer van het noorden naar het zuiden gereden. Kasbah Ait Ben Haddou is mijn eindbestemming. Een prachtige kasbah dat enkel te beschrijven valt als een mystieke Arabische kasteel in het midden van een oase. Je moet het zien om te geloven. Ik baan me een weg over de rivier en verschaf me, na enkele obligate selfies, toegang tot de kasbah. Het is verrassend kalm. Ik wring me door de smalle straatjes en steegjes, kruip over de daken en klim steeds hoger en hoger. Op een paar straatkatten en honden na heb ik de kasbah helemaal voor mezelf. Op het hoogste punt aangekomen kijk ik uit over een prachtig maanlandschap en een pittoresk dorpje. Het hoeft niet te verwonderen dat hier talloze filmklassiekers zijn opgenomen. Achter mij valt de zon en klinkt de adhaan, de oproep tot het gebed. Plots begrijp ik waarom het zo kalm was in de kasbah. Het is Maghreb, etenstijd.

Hoewel ik nog langer wil genieten van dit achtste wereldwonder haast ik mij naar de uitgang. Mijn hongerige maag wint het van mijn nieuwsgierigheid. Eenmaal aangekomen in het dorpje word ik door wildvreemden aangeklampt. Of ik niet bij hun wil komen eten. Die typische Marokkaanse gastvrijheid. Je hoeft maar een blik met iemand te wisselen en ze spreken je meteen aan. Ze vragen hoe het met je gaat en wat je plannen zijn. Of ze je met iets kunnen helpen. En of je zin hebt om mee aan tafel te schuiven. Ze houden er hier andere sociale normen op na. Mensen zijn minder geremd, warmer, socialer en vriendlijker.

Als je ergens de weg vraagt, dan stoppen ze gewoon met hun bezigheden en stappen ze met je mee tot je bent waar je moet zijn. Ook al is die bestemming aan de andere kant van de wereld. Marokkanen hebben altijd tijd voor een vreemde. Maar wees op je hoede. Denk twee keer na voor je ingaat op een uitnodiging om ‘gewoon even’ een muntthee te gaan drinken bij iemand thuis. Marokkanen liegen! Ze beloven je een glaasje muntthee en voor je het weet wordt er een tiengangenmenu opgediend. En hoe harder je protesteert, hoe meer eten ze opdienen. Er bestaat nu eenmaal geen Arabische vertaling voor het woordje ‘neen’ of ‘dank je, ik heb genoeg gehad’ wanneer het op eten aankomt. Eenmaal buiten kan je best geen oogcontact maken met de buren, voor je het weet wordt je weer uitgenodigd voor ‘één glasje muntthee’ en ‘het zal maar vijf minuten duren’.

Marokko kent andere beleefdheidsformules. Waar het de gemiddelde begroeting in België zich beperkt tot een ‘hoe gaat het met je?’ neem je in Marokko uitgebreid de tijd voor elke begroeting. Niet alleen wordt er gevraagd naar je welzijn, je gemoedstoestand en je gezondheid. Maar ook naar die van je gehele familie, al je vrienden en je kennissen, de postbode, de melkman en de wijkagent. Iedereen passeert de revue. Salaam, labas? Koelshie becheer? Kidajra waliedien, kidajrien woeladek? Hoe gaat met je ouders, met je kinderen? Met de kinderen van je kinderen? Hoe gaat met je buren, met de familie van de buren, etc. Zelfs mensen die je totaal niet kent vragen uitgebreid naar het welzijn van heel je familie. Een simpele hallo mondt steevast uit in een gesprek van twee uur.

Na enkele dagen te hebben rondgeslenterd in Tetouan, Tanger en Casablanca beland ik in Chefchaouen. En prachtig pittoresk dorpje volledig gehuld in het blauw in het noorden van Marokko. Dat net zoals Kasbah Ait Benhadou en op de Unesco Werelderfgoed lijst prijkt. In de wir war van straatjes waan je je in een sprookje van 1001 nachten. Het heeft iets heel surreëel. Nog indrukwekkender is het Djemaa Al Fna, een gigantisch plein in het stadscentrum van Marrakech. ’s Nachts rij ik de stad binnen en zie ik in de verte al de rook van de vele barbequekraampjes opdoemen boven  Djemaa Al Fna en hoor ik het ritmische gedrum van de Dakka Marakkachia die je als het ware richting het plein zuigen. De geuren en de klanken van Djamaa El Fna brengen je in een trance. De vele verhalenvertellers en slangenbezweerders op het plein brengen je in vervoering. Elk nachtelijk bezoek aan Djamaa El Fna lijkt als een wilde vluchtige droom die nooit heeft plaatsgevonden.  

Marokko is een enigma, Overal waar je komt reis je door de tijd. Je hebt de meest moderne steden en op dezelfde plekken heb je dorpjes waar ze dezelfde levenstijl op nahouden als hun voorouders honderden jaren geleden. Er is voor ieder wat wils. Je hebt oases, bergen, tropische stranden, prachtige watervallen. Het land grenst aan de Middenlandse zee en de Atlantische oceaan en eindigt in de Sahara woestijn. Marokko is een kruisbestuiving tussen de  rijke geschiedenis van de Arabieren, de Amazigh, deTouareg en de Souassa. Een islamitisch land met respect voor haar joodse en christelijke verleden. Overal vind je herinneringen van de Spaanse en Franse overheersing, en restanten van de Feneciërs ende Romeinen. Heel de wereld kwam in de afgelopen eeuwen samen in Marokko. Marokko valt niet te vatten en dat is net haar charme. Het is een explosie van culturen, religies, stammen en volkeren. Twahashed el bled. Maroc tu me manque.

 

Home Sweet Home


Deze blogpost kadert in de (afgelopen) expo Home Sweet Home.  Een expo over reizen en thuiskomen. 50 jaar migratie uit Marokko en Turkije is ook 50 jaar reizen en thuiskomen, in Antwerpen, in Marokko, in Turkije.
Bülent Öztürk en Mashid Mohadjerin, twee Antwerpse kunstenaars, gingen aan de slag met dit thema. Wat betekent de jaarlijkse reis naar het land van herkomst? U ontdekt het op deze expo, samen met de reisverhalen van honderden stadsgenoten die deze zomer van hier naar daar, en terug reizen. 

Ga naar

Meld je aan voor onze nieuwsbrief