Rondom mij zie ik een drukte van jewelste. Tapijten worden uitgeklopt, de schuurborstel geeft het beste van zichzelf, ramen moeten blinken, worden gepoetst met in de ene hand de ruitenspray en in de andere hand een prop krantenpapier. Ik hoor kookpottenklanken vanuit de keukens. In ieder huis wordt een feestmaal voorbereid. En dan moet ik denken aan mijn grootmoeder in haar kleine huisje in Borlo. Huis in het sop en roerend in haar potten ter voorbereiding van de jaarlijkse kermis waarvoor heel de familie verzamelen blies. Niet één kind, niet één kleinkind mocht, wou afwezig zijn. Er was keuze tussen een gebraad met erwtjes en wortelen of konijn in biersaus. Beide gerechten vergezeld van overheerlijke, zelfgemaakte kroketten. Aan de tafel eindeloos getetter want het gebrek aan contact van een volledig jaar moet goedgemaakt worden. Diezelfde sfeer zal hier over enkele dagen in de mij omringende huizen heersen. Ik zal er geen deel van uitmaken. Al jaren laat ik goeie momenten afhangen van toeval, plotse ingevingen en niet van een kalender die op rode dagen aangeeft dat we vrolijk moeten zijn al dan niet religieus geïnspireerd. Toch vraag ik mij bij wijlen af of mijn kinderen deze afwezigheid van familiefeesten uiteindelijk zullen toevoegen op de lijst van mama’s tekortkomingen. Dat die lijst er zal zijn wanneer mama een herinnering is geworden, is de evidentie zelf. 

Vandaag is het nog relatief rustig op mijn terras. Morgen, het begin van Bayram-weekend, slaat de waanzin toe. Dan komen de vakantiegangers aangestormd, strijdend voor het bemachtigen van een kamer, een bed in hotels die reeds weken geleden reservaties voor dit weekend moesten weigeren. Waarom doen mensen zichzelf dat aan, vraag ik mij ieder jaar opnieuw af. Waarom niet tijdig je weekend voorbereiden? Ik herinner mij levendig de eerste zomer dat ik dit appartement bewoonde. In de tuin van Deniz motel sliepen mensen op de grond in de hoop de eerste te zijn wanneer er een kamer vrijkomt. Je ziet volledige gezinnen in hun auto de nacht doorbrengen. En terwijl moeder en kroost overdag het strand opzoeken, loopt vader met gevaarlijk hoge bloeddruk van hotel naar hotel. De hoop wordt steeds kleiner, de prijzen worden steeds hoger. Het spel wordt hier hard gespeeld. Logisch na de miserie van de ramazan wanneer deze vastenmaand in de zomer valt. Ik ken het vuur Nails ogen, een andere Karabulut hoteluitbater, bij het verkopen van zijn laatste kamer. Want een laatste kamer heeft hij nog altijd. Kamer speciaal niet verhuurd voor de sport. Met wat een theatraliteit wordt dit nachtelijk onderkomen uiteindelijk aan de hoogst biedende geoffreerd. En de man die een diep gat in zijn budget geslagen heeft, kan alleen maar dankbaar zijn ten aanzien van de lieve hoteluitbater die hemel en aarde heeft verzet om zijn kroost een bed te bezorgen. Alles draait hier nu om cash, handje contantje. 

Vorige zomer, geïnspireerd door de waanzin rondom mij, zei ik aan Semra dat indien zij de mensen vertrouwde, uiteraard alleen vrouwen, ik best een kamer in mijn appartement wilde verhuren. Diezelfde dag klopte er een meid met rugzak aan mijn deur. Voor één nacht was het. De volgende dag zou ze verder trekken op zoek naar onvindbaar geluk, leek me. Die avond kon ik niet schrijven op mijn terras. Ik wou haar uren durende meditatie niet verstoren. Zweefmeid amper vertrokken en daar kwamen twee gehoofd doekte grieten informeren naar mijn kamer. Voor twee dagen. Prima voor mij indien ze kunnen leven in een huis zonder gebedsmat. Ook die twee avonden heb ik niet kunnen schrijven. Niet vanwege het luidop voorlezen van koranverzen maar vanwege het hysterisch giechelend, naakt rondlopen tussen slaapkamer en badkamer. Ze hebben betaald, een redelijke prijs, geen woekerprijs. En ik ben de dag nadien naar een boetiek in Cunda gegaan waar ik voorheen een prachtige jurk had gezien, weliswaar boven mijn budget. Dit moest nu kunnen. Meevaller : ondertussen was het indirim, solden! Cheers on Bayram. Hopelijk tref ik dit jaar ook enkele gestrande reizigers. De rekken van de boetieks in Cunda hangen vol met mooie jurken. Vooral die zwarte met kant; karadantel. Het is mij gelukt mijn favoriet Turks woord te introduceren. Kara (zwart) dantel (kant). Een woord zwanger van zwoele nachten. En nu ga ik slapen in een afgedragen T-shirt. 

Ga naar

Verhalen voor onderweg

Meld je aan voor onze nieuwsbrief